Het illustreren van een prentenboek is een vak apart. Grote mensen hebben geleerd te kiezen. Er zijn duizenden boeken op de markt, waar een ieder iets van zijn gading vindt. Kinderen hebben niets te kiezen. Zolang ze nog niet lezen, zijn ze afhankelijk van wat ze krijgen. Dat geeft een auteur of illustrator van prentenboeken een hele speciale verantwoordelijkheid: iets maken voor een groep in onze samenleving, die niet in staat is dit product in vrijheid en zelfstandig te kiezen. Een prenenboekillustrator moet zich verdiepen in het wezen van kinderen. Hij zal moeten zoeken naar, of zich aansluiten bij opvattingen over de ontwikkeling van het kind naar volwassenheid. Naar mijn mening kan een illustrator van prentenboeken slechts door middel van deze zoektocht tot zijn eigen expressie, zijn eigen stijl komen. Dit in grote tegenstelling tot een illustrator die werkt voor een volwassen publiek. In het laatste geval is het juist van belang een persoonlijke stijl te ontwikkelen, voortkomend uit eigen karakter, opvoeding, ervaring en frustratie en los van maatschappelijke normen, heersende stijlen en wetten. Juistal die hele persoonlijke stijlen geven de veelheid van duizenden boeken, die de volwassene de kans geven iets te vinden dat bij hen past. De natuur als uitgangspunt De natuur, als vast gegeven en basis van ons bestaan, leidt al heel gauw naar een belangrijk onderdeel van een tekenstijl. In de ontwikkeling van het kleine kind naar de volwassenheid moet het kind alles nog leren. Wat is er dan logischer, om te beginnen met de aarde, het heelal en de zon? Het zonlicht, het belangrijkste element, de bron van alle leven! Naar mijn idee mag het zonlicht in geen enkel prentenboek ontbreken. Maar geen zon zonder wolken. Licht en duisternis vormen een overbrekelijk geheel. Maar ook het heelal is natuur, de maan, de sterren, de aarde, lucht, vuur, en stenen. De weide, de bergen, planten bomen en dieren en bovenal de mens. Willen we kinderen helpen in hun ontwikkeling, dan zullen de elementen licht/donker en de natuurlijke verschijningsvormen der dingen eenonderdeel moeten vormen van onze tekenstijl. De cultuur als uitgangspunt Naast de natuur hebben we in onze maatschappij te maken met cultuur; al datgene dat wij mensen toevoegen aan de natuur. Cultuur is, in tegenstelling tot de natuur, een veranderlijk iets. Auto's gebouwen, tafels, stoelen, alles is sterk gebonden aan zijn tijd. Dat geeft dus aan dat culturele elementen slechts in hun basisvormen afgebeeld hoeven te worden: een huis alleen als bescherming, een stoel alleen om op te zitten, een kachel alleen als warmtebron. Het sprookje als uitgangspunt In zijn ontwikkelingsgang heeft het kind naast natuur en cultuur ook te maken met gevoelens. Het kind moet wegwijs worden in het doolhof van zijn emoties en van zijn verhouding met anderen. De elementen licht/donker en de natuurlijke verschijningsvorm der dingen waren meer een kwestie van technische aard: Hoe beeld ik het af? In verband met emoties gaat het meer om het inhoudelijke aspect: Met welk gevoel werk ik eraan als illustrator? Sprookjes hebben een eeuwige waarheid, die kinderen kan helpen zich te orienteren in het leven. Het licht en donker uit de natuur zijn het goed en het kwaad in het sprookje. We kunnen in dit geval dan ook beter spreken van het verbeelden van een sprookje, dan het illustreren ervan. Achter elke afbeelding schuilt een emotie.